kort geding luchtkwaliteit

Bij vonnis van vandaag heeft het gerecht in eerste aanleg te Curaçao uitspraak gedaan in het kort geding van Clean Air Foundation en 39 burgers als eisers tegen het Land Curaçao als gedaagde.

Het kort geding draaide om de vraag welke normen voor luchtkwaliteit door het Land moeten worden gehanteerd. Het ging om de maximumwaarden voor zwaveldioxide (SO2) en fijnstof (PM10) benedenwinds de raffinaderij ter hoogte van Kas Chikitu.

Het gerecht oordeelde dat het Land zich moet houden aan de eerder in een bodemprocedure tegen het Land uitgesproken veroordeling om de normen van de World Health Organization te hanteren, of althans door het Land vast te stellen deugdelijke alternatieve normen. De in 2020 in een ministeriele regeling ingevoerde normen zijn volgens het gerecht geen deugdelijk alternatief voor de WHO-normen zoals in het eerdere vonnis bedoeld. De regeling is gebrekkig als wettelijke basis, biedt onvoldoende waarborgen, en het daarin opgenomen normenstelsel zou opnieuw kunnen leiden tot een onrechtmatige inbreuk op het grondrecht van artikel 8 EVRM waarvan - zoals in de bodemprocedure is vastgesteld - jarenlang sprake is geweest.

In het kort geding is geoordeeld en beslist dat het Land bij de uitvoering van de veroordeling in de bodemprocedure bij de huidige stand van de wetgeving geen overschrijding van de WHO-normen mag toestaan en niet kan volstaan met oplegging en handhaving van de normen uit de ministeriële regeling.

De andere vorderingen van de eisers, waaronder de vordering om het Land te bevelen wettelijke normen vast te stellen voor broeikasgassen (CO2), werden afgewezen.

 

14 July 2022
Persbericht 14 juli 2022

Het gerecht in eerste aanleg van Curaçao heeft vandaag uitspraak gedaan in het kort geding dat tegen het Land was aangespannen door tien personen (vier vrouwen en zes mannen) met de Venezolaanse nationaliteit die zonder een geldige verblijfstitel in Curaçao verblijven. Inzet van het kort geding was de opheffing van de inbewaringstelling.

De vier vrouwen waren kort voor de behandeling van het kort geding al in vrijheid gesteld, zodat de rechter alleen nog moest beslissen over de vordering van de andere eisers. Deze eisers verblijven in het arrestantencomplex Blok 1 van SDKK. Op grond van artikel 5 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dienen de plaats en de omstandigheden van vreemdelingenbewaring passend te zijn, en duidelijk te onderscheiden van strafrechtelijke detentie. Het gerecht heeft geoordeeld dat Blok 1 van SDKK in beginsel aan de voorwaarden voldoet voor vreemdelingenbewaring. Maar het regime dat door het Land op de eisers wordt toegepast, is strenger dan het regime voor strafrechtelijk gedetineerden. Eisers moeten achttien uur per dag in hun cel blijven. De cellen zijn benauwd en donker en de verlichting gaat alleen aan tussen 19.00 en 21.00 uur. Eisers mogen slechts zes uur per dag uit hun cel. Ook tijdens die uren hebben eisers geen zicht op de buitenwereld, weinig recreatiemogelijkheden, en geen zinvolle dagbesteding. Dat is anders bij de strafrechtelijk gedetineerden. Die beschikken bijvoorbeeld over een sporthal, bibliotheek en werkplaatsen en hebben (daardoor) ook zicht op de buitenwereld. Het gerecht acht het regime dat op de eisers van toepassing is, zeker nu deze situatie al sinds 31 mei 2022 voortduurt, ontoelaatbaar. Het Land handelt daarmee onrechtmatig.

Het gerecht heeft daarom de opheffing van de bewaring bevolen. Voor twee van de zes eisers geldt de opheffing alleen als hun op 17 juli 2022 geplande repatriëringsvlucht naar Venezuela geen doorgang vindt.

06 July 2022
Jaarverslag 2021: Retrospectus pro futuro

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft vandaag tijdens een persconferentie zijn jaarverslag en jaarrekening van 2021 aan het publiek gepresenteerd.

Het thema voor dit jaarverslag is ‘Retrospectus pro futuro’, met andere woorden: terugblikkend voor de toekomst. In 2020 bestond het Hof 10 jaar als zelfstandige entiteit belast met de rechtspraak in zes eilanden. Deze zelfstandigheid bracht met zich dat het Hof niet langer gebruik maakt van de stafdiensten van de Landen, maar zelf zorg moet dragen voor het beleid en implementatie ervan op de gebieden zoals hrm en financiën en andere bedrijfsvoering specialismen.

Doordat het jaarverslag 2020 in het teken stond van de Corona pandemie, wordt in dit jaarverslag wel van de gelegenheid gebruik gemaakt om terug te blikken op, te reflecteren over en om vooruit te kijken naar de positie van het Hof zoals ingebed in de constellatie die vanaf 2010 geldt. Middels (video) interviews met verschillende collega’s kunt u het resultaat zien van deze exercitie over de periode 2010-2021.

Volgens het Jaarplan 2021 moest de focus van het Hof liggen op de verbetering en borging van kwaliteit van de rechtspraak, op de ontwikkeling van leiderschap en op de verdere digitalisering. Dit jaarverslag geeft ook een beeld van de realisatie van dit jaarplan en bijbehorende projecten die in dat verband zijn uitgevoerd.

Verder wordt stilgestaan bij de ontwikkelingen van het aantal zaken waarmee het Hof, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, in 2021 te maken kreeg. Evenals in voorgaande jaren wordt aandacht besteed aan spraakmakende zaken op de verschillende vestigingen van het Hof.

ARCHIEF

Wilhelminaplein 4, Willemstad, Curacao
Algemeen telefoonnr: + (5999) 463 4111

Gemeenschappelijk Hof van Justitie
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
content©GHJ, design©passaatdesign.com, developed by SPIN